KDD
Knowledge discovery in databases (KDD) is een probleem. Niet als je het gewoon in je bedrijfssituatie toepast, maar wel als het op jou wordt toegepast. En dat kan al bij toepassing van ongerichte zoekslagen in grote databases het geval zijn. Dit soort zoekslagen zijn bedoeld om onvermoede verbanden tussen gegevens zichtbaar te maken en zijn - uiteraard - populair bij opsporingsinstanties en veiligheidsdiensten. Vanuit forensisch oogpunt bezien valt er dan ook veel voor deze techniek te zeggen.
Een overheidsorganisatie (of willekeurig welke grote organisatie) zal een stuk minder welwillend staan tegen een verzoek tot ongerichte zoekopdrachten binnen de bedrijfsomgeving. Naast de bedrijfseconomische risico's (het openbaar worden van bedrijfsgeheimen) loopt het bedrijf ook privacy risico's.
Om toch deze weg in te kunnen slaan moeten er op voorhand wel bepaalde eisen worden gesteld en veiligheden zijn ingebouwd. Dit kan van wetgeverzijde, maar bedrijven en organisaties kunnen daar ook een rol in spelen. Eén daarvan is het beperken van registratie. Door slechts data vast te leggen van processen die er toe doen en daarbinnen alleen de relevante gegevens op te slaan, is een beperkte hoeveelheid informatie beschikbaar.
Daarnaast is een onvoorwaardelijke beperking van de toegang tot deze gegevens noodzakelijk. Overigens is dit al geregeld via de Wpolr, waarbij een datawarehouse als tijdelijk politieregister kan worden ingezet. Hier gelden dan restricties, zoals het handelen onder leiding van de OvJ door de politie bij de gerichte doorzoeking van het datawarehouse. Ongericht doorzoekingen, dat wil zeggen, zonder dat er een duidelijk afgebakende onderzoeksvraag aan ten grondslag ligt zijn een stuk moeilijker uit te voeren.
Met de toestemming van de Tweede Kamer om telecommunicatie verkeersgegevens 1 jaar op te slaan (in plaats van de voorgestelde anderhalf jaar) hebben veiligheidsdiensten volop bestanden beschikbaar voor ongerichte zoekslagen. Zij mogen namelijk wel met datamining technieken zoeken naar onvermoede dwarsverbanden in informatie. Vervelende bijkomstigheid is dat bij grote databases de kans op fouten ook groter wordt. Hierdoor neemt eveneens de kans toe dat op basis van foutieve gegevens de verkeerde conclusies getrokken worden.
Dat noemen we collateral damage.
Posts tonen met het label privacy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label privacy. Alle posts tonen
donderdag 29 mei 2008
dinsdag 30 oktober 2007
OV chipcard, Bluetooth en Big Brother
Voordat ik op het onderwerp van mijn column van vandaag kom, wil ik eerst deze observatie vermelden.
Vanmorgen ontving ik mijn nieuwe OV-chipcard. Netjes op een begeleidend schrijven geplakt, met een toelichting in de bijsluiter. In de brief staat vermeld dat ik deze OV chipcard op termijn overal in het het openbaar vervoer kan gebruiken. Ook staat er dat ik steeds maar één OV chipcard tegelijk bij mij moet dragen, omdat het systeem het anders niet meer snapt. In de toelichting staat aangegeven dat de verschillende OV-aanbieders hun eigen chipkaarten uitdelen. Het wordt mij op het hart gedrukt voorlopig slechts de OV chipcard op de lijn van de aanbieder van de betreffende card te gebruiken.
Dat wordt wel lastig bij samengestelde reizen, met trein en bus, of met trein en trein naar Noord-Nederland, als je maar één OV chipcard bij je mag hebben!
Vanochtend stond in De Pers (30 oktober 2007, voorpagina) een interessante waarschuwing over ontwikkelingen rond de OV chipcard en bluetooth telefoons. Wat is nu het geval? Het bluetooth protocol valt buiten de reclamebeperkingen die voor spam gelden. En de RFID signalen die een OV chipcard afgeeft zijn goed te detecteren. Door de informatie die deze signalen met zich meebrengen ("hier loopt een OV-gebruiker") te combineren is reclame op maat mogelijk. Bijvoorbeeld een bluetooth bericht op de mobiele telefoongebruikers in het bezit van een OV chipcard op station Bloemendaal, met de boodschap dat de saucijzenbroodjes vandaag half geld zijn.
Je hebt geen Big Brother nodig om gevolgd te worden - we doen het onszelf aan!
Waarom was het ook alweer dat wij de Big Brother Award 2007 hebben gewonnen?
Vanmorgen ontving ik mijn nieuwe OV-chipcard. Netjes op een begeleidend schrijven geplakt, met een toelichting in de bijsluiter. In de brief staat vermeld dat ik deze OV chipcard op termijn overal in het het openbaar vervoer kan gebruiken. Ook staat er dat ik steeds maar één OV chipcard tegelijk bij mij moet dragen, omdat het systeem het anders niet meer snapt. In de toelichting staat aangegeven dat de verschillende OV-aanbieders hun eigen chipkaarten uitdelen. Het wordt mij op het hart gedrukt voorlopig slechts de OV chipcard op de lijn van de aanbieder van de betreffende card te gebruiken.
Dat wordt wel lastig bij samengestelde reizen, met trein en bus, of met trein en trein naar Noord-Nederland, als je maar één OV chipcard bij je mag hebben!
Vanochtend stond in De Pers (30 oktober 2007, voorpagina) een interessante waarschuwing over ontwikkelingen rond de OV chipcard en bluetooth telefoons. Wat is nu het geval? Het bluetooth protocol valt buiten de reclamebeperkingen die voor spam gelden. En de RFID signalen die een OV chipcard afgeeft zijn goed te detecteren. Door de informatie die deze signalen met zich meebrengen ("hier loopt een OV-gebruiker") te combineren is reclame op maat mogelijk. Bijvoorbeeld een bluetooth bericht op de mobiele telefoongebruikers in het bezit van een OV chipcard op station Bloemendaal, met de boodschap dat de saucijzenbroodjes vandaag half geld zijn.
Je hebt geen Big Brother nodig om gevolgd te worden - we doen het onszelf aan!
Waarom was het ook alweer dat wij de Big Brother Award 2007 hebben gewonnen?
dinsdag 9 oktober 2007
Ze mogen alles van mij weten ... of toch niet?
Je kent ze wel, die mensen die vinden dat ze geen privacy nodig hebben, omdat ze toch geen geheimen hebben. Maar als je vraagt of je een foto van ze mag maken in hun blootje en die dan aan de hele straat uitdelen dan is dat toch anders. Dat zijn ook de mensen die thuis wel gordijnen voor de ramen hebben hangen.
Eigenlijk hebben deze mensen ergens wel gelijk, maar ze drukken zich wat ongelukkig uit. Privacy is een complex begrip, een samenstel van begrippen, definities en gevoelens die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn. Daarom is er eigenlijk nog geen goede beschrijving van opgesteld: het is met privacy steeds afhankelijk van de situatie.
In 1890 kwamen Samuel Warren en Louis Brandeis al tot de conclusie dat privacy iets ongrijpbaars is, dat ongeveer viel te omschrijven als "The right to be let alone".
Bij de meeste discussies waar privacy onderwerp van gesprek is wordt vaak langs elkaar heen gesproken. Door te focussen op de aan privacy gerelateerde problemen is het mogelijk ze te bespreken in plaats van te vermijden of te vereenvoudigen. Uiteindelijk blijkt dan dat het argument "Ik heb niets te verbergen" geen geheimen heeft.
Eigenlijk hebben deze mensen ergens wel gelijk, maar ze drukken zich wat ongelukkig uit. Privacy is een complex begrip, een samenstel van begrippen, definities en gevoelens die op allerlei manieren met elkaar verbonden zijn. Daarom is er eigenlijk nog geen goede beschrijving van opgesteld: het is met privacy steeds afhankelijk van de situatie.
In 1890 kwamen Samuel Warren en Louis Brandeis al tot de conclusie dat privacy iets ongrijpbaars is, dat ongeveer viel te omschrijven als "The right to be let alone".
Bij de meeste discussies waar privacy onderwerp van gesprek is wordt vaak langs elkaar heen gesproken. Door te focussen op de aan privacy gerelateerde problemen is het mogelijk ze te bespreken in plaats van te vermijden of te vereenvoudigen. Uiteindelijk blijkt dan dat het argument "Ik heb niets te verbergen" geen geheimen heeft.
Abonneren op:
Posts (Atom)